‘Interne mobiliteit Rijk krijgt grote prioriteit’
Publicatiedatum: 19 oktober 2011
Tussen fikse bezuinigingsoperaties en reorganisaties door,
introduceert het Rijk een nieuw functiegebouw met slechts 52
functiebeschrijvingen. De interne mobiliteit krijgt hiermee een sterke
impuls, zegt Olav Welling.
‘Er is lang gewerkt vanuit de gedachte dat het Rijk en elk
departement en dienstonderdeel zijn eigen personeelsbeleid had. Dat
leidde tot een groot aantal verschillende regelingen voor hetzelfde type
werk. Nu willen we dat beleidsmedewerkers en toezichthouders,
enzovoort, ongeacht het rijksonderdeel één functieomschrijving hebben.
Daarom gaan we rijksbreed terug naar 52 functiebeschrijvingen. Dat
bevordert ook de mobiliteit binnen die werksoorten over de departementen
heen. De vele verschillende regelingen bemoeilijken dat nu.’
‘Je kunt met zoveel medewerkers en onderdelen niet spreken van ‘de
ambtenaar’. We hebben zeker diensten waar mensen opgevoed zijn met het
idee dat ze daar hun levenlang blijven werken. Bij sommige
dienstonderdelen zijn de mogelijkheden op de arbeidsmarkt ook gewoon
minder. Denk aan een groot deel van het gevangeniswezen.'
'Los daarvan moeten onze medewerkers samen met hun leidinggevende
gaan werken aan het vergroten van hun eigen mobiliteit binnen en buiten
het Rijk. Een gedeeltelijk uniform personeelsbeleid maakt het voor een
ambtenaar ook gemakkelijker om over te stappen naar een ander
rijksonderdeel. Die krijgt dan niet telkens met een nieuwe systematiek
te maken. Dat draagt ook bij aan een vlotte ontvlechting van
bedrijfsonderdelen.’
‘De kunst is om het HR-beleid waar mogelijk rijksbreed te
standaardiseren en waar het nodig is, ruimte te houden voor maatwerk,’
zegt Olav Welling, sinds augustus 2010 directeur Organisatie- en
Personeelsbeleid Rijk (OPR). Oftewel de hoogste personeelsbaas van de
ruim 120.000 ambtenaren, verdeeld over elf ministeries en ruim
tweehonderd landelijke uitvoeringsorganisaties, zoals de
Belastingdienst, Rijkswaterstaat, de onderwijsinspectie, de IND,
enzovoort.
OPR maakt deel uit van het Ministerie van BZK en heeft tot taak het
Rijk goed te laten functioneren, als werkgever en als efficiënte
organisatie. Denk aan het verbeteren van het presterend vermogen van de
rijksoverheid, het waarborgen van de kwaliteit van personeel en
arbeidsomstandigheden en een optimale organisatorische inrichting van de
publieke taken die door het Rijk op centraal niveau moeten worden
verricht.
‘Mijn directie is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de
cao-onderhandelingen rijksbreed. Verder zijn er steeds meer andere
onderdelen die we rijksbreed willen regelen als departement op
P&O-gebied. Het invoeren van het Functiegebouw Rijk betekent ook
rijksbrede harmonisatie van bijvoorbeeld gesprekscycli,
loopbaanplanning, mobiliteit, in-, uit- en doorstroom.’
‘De O in OPR slaat op de organisatie van het Rijk. De ambtelijke
organisatie moet zo flexibel ingericht zijn dat we snel kunnen inspelen
op (nieuwe) wensen van de politiek. Ons doel is het management van de
verschillende rijksonderdelen ontlasten van vraagstukken op het gebied
van onder meer huisvesting, ICT, archivering, P&O-zaken. Die taken
zijn ondergebracht in enkele grote shared service centra, waaronder
P-Direct. Onze rol is ervoor te zorgen dat de departementen als één
collectieve opdrachtgever met de shared service centra praten.'
'Dat geldt op HR-gebied ook voor het nieuwe expertisecentrum
organisatie en personeel: ECO&P. Hierin zijn acht expertisecentra
samengevoegd op het gebied van onder andere arbeidsrecht,
arbeidsmarktcommunicatie en recruitment, formatie, mobiliteit. Het
expertisecentrum gaat op 1 januari 2012 formeel van start. We zijn nu
bezig om de tweedelijns P-functies van de (kern)departementen hier
naartoe over te hevelen, wat enorme personele consequenties heeft.’
‘Dat zal per onderdeel sterk verschillen, afhankelijk van de
specifieke taak en datgene waar de betrokken managers behoefte aan
hebben. Onze hoofdbenadering is waar mogelijk ontzorgen en tegelijk zo
goed mogelijk bijdragen aan de primaire processen.’
‘Wie dat zegt, heeft de laatste jaren dan niet zo op zitten letten.
Kijk maar eens op www.hnwbijhetrijk.nl. In de toezichthoudende
organisaties is Het Nieuwe Werken al langer actueel. De Arbeidsinspectie
heeft bijvoorbeeld feitelijk 400 locaties, want alle inspecteurs
werken vanuit huis. Met veel elementen van HNW heeft het Rijk dus al
langer ervaring. Maar in sommige onderdelen - zoals het gevangeniswezen -
kan plaats- en tijdonafhankelijk werken helemaal niet. Al kun je daar
met zelfroosteren mogelijk nog wel wat doen.’
‘Ik ben actief in het platform B50, een groep beeldbepalende
bedrijven op het gebied van slim werken, slim reizen. Waaronder
bedrijven als KPN, Achmea, Arcadis en Vodafone. HNW gaat nadrukkelijk
ook om het onderling delen van kantoren, het inrichten van flexibele
werkplekken op overheidslocaties, die gedeeld kunnen worden met zowel
andere overheidsonderdelen als met bedrijven.'
'De kern van HNW is echter niet huisvesting maar het optimaal gebruik
maken van ICT. Dat biedt enorm veel mogelijkheden om efficiënter en
anders te werken. Denk alleen al aan het gebruik van zoiets als Skype.’
‘We hebben op ons intranet virtuele samenwerkingsruimten gecreëerd,
waarin medewerkers kennis en ervaringen kunnen delen. Ook dat is een van
onze taken. We zijn binnen het Rijk tot nu toe teveel gericht op kennis
halen in plaats van kennis delen. Deze kennis gaan we ook in het
platform B50 ter beschikking stellen.'
'Alleen al binnen het Rijk heeft het Twitter-account van de
samenwerkingsruimte voor HNW zo’n 10.000 volgers. Dat soort virtuele
samenwerkingsruimten hebben we ook voor andere onderwerpen, zoals
strategische personeelswerving, in-, door- en uitstroom.’
Bovenstaand artikel is een ingekorte versie van het interview dat
Hetty Moll en Toine Al op 30 september hadden met Olav Welling. Het
volledige artikel verschijnt in het tijdschrift HR Strategie. Vraag hier
het desbetreffende nummer als proefexemplaar aan.
Olav Welling studeerde in 1987 af aan de
Universiteit Twente faculteit Bestuurskunde en volgde van 2002 tot 2005
het kandidatenprogramma van de Algemene Bestuursdienst. Bij het
ministerie van VROM was hij, na functies bij de centrale directie
Personele Zaken en de Rijksgebouwendienst achtereenvolgens
clustermanager Bouwkwaliteit, programmamanager Omgevingsvergunning,
regionaal directeur-inspecteur Noordwest VROM-inspectie en plv.
inspecteur-generaal/directeur Uitvoering VROM-inspectie. Naast zijn
loopbaan is hij tevens bestuurslid stichting WOZ-fonds
(leefbaarheidsinitiatieven voor huurders).